Trektocht september 2014

Wegens een beperkt venster met goed weer (en dan nog) een beetje hals-over-kop in Tourrettes-sur-Loup vertrokken (lees de proloog). Daarenboven een treinrit van Nice naar Tende in noodzakelijkerwijs twee delen met een oponthoud van enkele uren in Breil-sur-Roya (lees dag 0).

Overnachting zoals voorzien in Gîte d’étape “Les Carlines” (waar opnieuw zeer hartelijk ontvangen) om ’s anderendaags van Tende naar Castérino via de noordelijke route te trekken. Een noordelijke route die beduidend meer tijd in beslag nam dan de het jaar ervoor genomen zuidelijke route, waardoor het onmogelijk was om zoals voorzien door te trekken naar de Refuge de Valmasque, waardoor onvoorzien gestrand en overnacht in de Gîte d’étape van Castérino.

Waar het op dag twee oorspronkelijk de bedoeling was om van de Refuge de Valmasque naar de Refuge de Nice te trekken, trokken we toen in één ruk van Castérino naar de Refuge de Nice via de Baisse de Fontanalbe, opnieuw een tocht die minder zwaar en lang werd ingeschat dan in werkelijkheid nodig. Waardoor we pas omstreeks 19 uur in de Refuge de Nice aankwamen.

De derde etappe van de Refuge de Nice naar de Refuge Madonna de Fenestre verliep zoals gepland maar was eigenlijk veel te kort naar onze zin. We kwamen reeds vóór 16 uur aan. Maar meteen leerden we ook dat er een hemelsbreed verschil is tussen wat men fysiek aankan en waartoe men zich om redenen van omgeslagen weersgesteldheid zou toe moeten beperken. In dit geval was ik toch vrij verkleumd en blij om wat in de warmte te kunnen zitten. Maar wanneer het weer het dit toelaat kan er ter plaatse, met de rugzakken achtergelaten in de refuge, steeds een extraatje aan gebreid worden.

De vierde dag ging van Madonna de Fenestre naar Saint-Martin-Vésubie via de Cîme du Pisset (2233 m),  de Pas des Roubrines de la Maïris (2106 m en de Cîme de Piagu (23338 m). En al kan men ook altijd een taxi bestellen (wat we het jaar nadien deden om ’s  avonds na de busrit vanuit Nice naar Saint-Martin-Vésubie door te reizen naar de Refuge Madonne de Fenestre, eigenlijk was dit traject voor een stuk uit noodzaak wegens geen openbaar vervoer tussen Madonne en Saint-Martin. Ondanks de mist waar we gedurende een deel van de tocht door moesten, was dit nochtans een traject dat we ons niet hebben beklaagd en dat gerust voor herhaling vatbaar is.

En omdat onze tocht van 2014 zo al reeds een tocht vol verassingen en onverwachte wendingen was, was er die avond geen bus meer naar Nice en dienden we nog eens onvoorzien te overnachten in de Gîte d’étape van Saint-Martin. Maar ondertussen alweer toch al flink wat ervaring rijker…

Share this:

10 thoughts on “Trektocht september 2014

  1. Nico Callens Bericht auteur

    In afwachting van het verder verwerken van deze info in een tochtverslag hier alvast ook nog een link naar een kort verslag in het Frans. Weinig tekst maar de foto’s illustreren zeer goed het landschap. Wel illustreren deze foto’s nièt het soms heel ruige wandelterrein. De foto’s van steenbokken zijn echter geen toevalstreffers. Men moet al veel pech hebben om deze beestjes, of ook nog de goudgemzen, nièt te ontmoeten:
    http://www.paysage-de-montagne.com/liensmenu/reportages/03.08.08.PHP

  2. Nico Callens Bericht auteur

    Nog 3 uittreksels uit verschillende stafkaarten en bij elk verschillen de routes enigszins:

    null

    Uittreksel uit nr 113 van reeks Parco Naturale Alpi Marritime. Hier staat wel het volledige pad in rood aangeduid maar toch is er wel degelijk een verschil. Op de kaart loopt het rode pad links van het meer terwijl wij wel degelijk het pad tussen de 2 meren hebben genomen.

    http://mercantour-trekking.duurzaam-mobiel.be/wp-content/uploads/2017/01/Uittreksel-uit-nr-15-van-reeks-Fraernali.jpg

    Uittreksel uit nr 15 van reeks Fraernali: een zeer recente kaart van degelijke kwaliteit waar ook hier het traject tussen Pas d’Agnel en barrage tussen Lac Vert en Lac Noir niet is ingetekend. Anderzijds zou volgens de uitbater van de Rifugio Pagari niet alle paden even betrouwbaar zijn. Wij volgden de gele lijn langs het Lago Bianco terwijl er op de kaart ook een meer zuidelijke route is die niet echt zou bestaan of zeker niet is aan te raden. De route die door de uitbater van de Pagari met rode bollen is gebaliseerd, is de noordelije route lanfs het Lago Bianco. Verder is het Lac de l’Agnel hier als één groot meer aangeduid terwijl wij het Lacde l’Agnel kennen als een groot meer en een klein meer waartussen een passage is die kan worden gebruikt om naar de Collet de Charnassère omhoog te klimmen.

    Uittreksel uit nr 4 van reeks “Alpes sans Frontières”: een kaart die beide zijden van de grens covert maar die helaas niet meer te vinden is. Opmerkelijk dat het traject tussen Pas d’agnel en de barrage tussen Le Lac Vert en Le Lac Noir niet als wandelpad staat aangeduid.

  3. Nico Callens Bericht auteur

    Bedankt voor je aanvullende reactie.

    Ikzelf beschik alvast over 2 Italiaanse kaarten evenals over de eenmalige uitgave van een grensoverschrijdende stafkaart, ondertussen een collectors item geworden. Maar één van beide Italiaanse kaarten is het broertje van de Italiaanse kaart waarover jij beschikt, namelijk “Carta dei Sentieri e dei rifugi” nr. 113 (Parco Naturale Alpi Maritime: Entraque, Valdieri, Mercantour, Gelas). Deze heeft een zeer grote overlap met de kaart nr. 114 waarover jij blijkt te beschikken en die ook de streek ten noorden van Tende covert.

    Mijn vermelding van Pas de la Fous was daarbij wat te kort door de bocht. Deze bergpas ligt daar wel vlakbij, maar erbij komt men niet. De te volgen weg is wel degelijk deze die je op jouw kaart heb teruggevonden. Ondertussen is gebleken dat ik dit traject wel degelijk reeds eerder had uitgetekend op http://www.gpsies.com: http://www.gpsies.com/map.do?fileId=igyptsxhwctkvmfe .

    Wat betreft het ontbreken van de hoogtelijnen op bepaalde gedeeltes van de kaart: Dit zijn plaatsen in zeer rotsachtig en ruig gebied (rotspuin met soms zeer grote rotsblokken) waar in principe de hoogtelijnen zeer dicht bij mekaar zouden moeten worden geplaatst. M.a.w. zeer steil klimmen en afdalen waarvoor men gerust een stapsnelheid van 1 km/uur (of minder) mag incalculeren. Veel klauteren, meer dan eens op handen en voeten en van de ene rotsblok naar de andere. Dit zijn de plaatsen waar de “paadjes” op de kaart zijn aangeduid met stippellijn. Daarbij staat paadjes tussen aanhalingstekens want van duidelijk zichtbare en vlot begaanbare paadjes is hier geen sprake.

    Dit is onder meer het geval bij de klim van de Lago Bianco dell’Agnell en de Pas de l’Agnel, bij de afdaling van de Pas de l’Agnel naar Lac de l’Agnel en bij de klim van Lac de l’Agnel naar Collet de la Charnassère en de afdaling die daarop volgt. Eenmaal voorbij het kleine meertje Lac de la Lusière (net voorbij het ietsje grotere meer Lac Gelé stapt het opnieuw wat gemakkelijker maar het hele gebied tussen Lago Bianco dell Agnel en Lac Gelé is het toch wel straffe toebak. Hopelijk valt het weer daarbij mee (waarbij het soms het vinden is van een compromis tussen laat genoeg vertrekken tot de “laag”hangende wolken zijn opgetrokken en vroeg genoeg vertrekken om het mogelijkse slechte weer in de vooravond voor te zijn.

    Zelf hadden wij tot dusver nooit echt te klagen over het weer, te meer omdat wij het ons kunnen permitteren om in de omgeving van Nice te vertrekken wanneer er een mooi weervenster in het vooruitzicht wordt gesteld. En het ergste weer hebben wij steeds ’s nachts gehad. Maar naar verluidt is het weer iets waar in die streek ernstig rekening moet worden gehouden.

    Zeker bij mist kan het een zware dobber worden waarbij een flinke navigatievaardigheid en het beschikken over wandel-gps wenselijk zijn. Probleem bij de Pagari-hut is daarbij dat er bij slecht weer weinig alternatieve routes voor handen zijn en men er zowat ingesloten zit. Het enige valabel alternatief is dan via de “Valle di M. Colomb” richting Entraque tot aan het tabaks- en souvenierswinkeltje en van daaruit via de Gesso della Barra naar de Rifugio Soria Ellena. Van daaruit kan men dan de dag nadien via de Col de Fenestre en de Pas du Mont Colomb (met wellicht supplementaire overnachting in de Refuge de Nice) terug naar de plaats van vertrek. Wel indachtig zijn dat dit in het toeristische seizoen tot reserveringsproblemen kan leiden. Tussen de Rifugio Pagari en de Rifugio Soria Ellena is er een vaste telefoonlijn terwijl de Rifugio Soria Elena wel een ruime refuge is en een grote capaciteit heeft. Maar communicatie met de Franse kant van het gebergte is dan weer moeilijk omdat men daar vooral beroep doet op bergradio (en satelliet-internet).

    Bij slecht weer zijn noch de route richting Col de Fenestre en Rifugio Sorea Ellena noch de route via Pas d’Agnell en Lac d’Agnel naar Castérino of Refuge de Valmasque een alternatief. Ook de route langs waarheen men gekomen, via de Pas de Pagari biedt dan niet echt een oplossig.

    Maar goed: duimen op mooi weer dus.

    De plaats waar wij de Cime de Carnassère zijn overgestoken, nl. ter hoogte van de Collet de la Charnassère, situeert zich tussen de Cime Ouest van de Cime de la Charnassère en de Cime Cossato om dan ten westen voorbij eerst Le Lac Geleé en daarna ten westen voorbij het kleine meertje Lac de la Lusière te komen. Maar eens men daar is, heeft men het ergste en sportiefste gehad.

    Ter plaatse (maar niet alleen daar) kan men genieten van een prachtig uitzicht en rest er nog een gezapige afdaling over redelijk pad (wat op de o.m. Franse stafkaart te merken is aan de lijn met korte streepjes) tot aan de barrage tussen Le Lac Vert en Le Lac Noir. En eens daar de Valmasque over is het nog een fluitje van een cent tot aan de Refuge de Valmasque. Behalve de doorsteek tussen merkpunt 97 en merkpunt 98a zeer vlot, maar tegelijk ook mooi parcours. Probleem met dit laatste is dat vanuit deze richting het merkpuntbord nr. 97 met de rug naar het pad is gedraaid (en de tekst zich dus op de achterzijde bevindt) terwijl het moeilijk zichtbare te volgen pad zich aan de achterzijde van dit bord bevindt. Maar geen nood: vergist men zich hier: via het afdalen naar merkpunt 98 en daarna het opklimmen naar merkpunt 98a komt men ook in de Refuge de Valmasque terecht.

    Opnieuw heel wat, hopelijk nuttige, informatie.

    Ten slotte nog een woordje over die voormalige zoutroutes die van Nice naar Turijn liepen. In de tijd waren verschillende trajecten, waarbij de trajecten in de tijd verschoven, ten gevolge van ondermeer de passagegelden die men (o.m. aan de Pagari) inden. De verschoven zich onder meer om die passagegelden te vermijden.

    Verder iets waar men maar al te zelden bij stil staat: de bekende Cours Saleya in Nice. De naam van dit pittoreske marktplaatsje (overdag, vooral ’s morgens, markt en ’s avonds restaurantterrasjes) is de Provençaalse vertaling voor “Zoutmarkt”: Hier werden het zout met bootjes vanuit de zoutwinningsgebieden in Huyères aangevoerd om er te worden verhandeld en daarna met muilezelkaravanen via de bergpassen van de Mercantour naar o.m. Turijn te worden getransporteerd. Zout was toendertijd bij middel van het pekelen zowat de belangrijkste ingrediënt voor het over lange tijd bewaren van voedsel en was een kostbaar goed waarvoor men menige inspanning over had.

    In eerste instantie volgde men daarbij eerst de Vallei van de Var en de Vallei van de Vésubie (met zijn prachtige “Gorges” !; in latere tijden ging het via de Vallei van de Roya over de Col de Tende. Een eerste route liep via Saint-Martin-Vésubie en Madonne de Fenestre over Col de Fenestre. Een ietse latere variant volgde net voor Saint-Martin-Vésubie, ter hoogte van Roquebillière en Belvédère de huidige D171 via de Refuge de Nice en de Pas de Pagari. Zoals reedsverteld: een traject dat jullie de eerste en tweede dag grotendeels zullen volgen…

  4. Gabriël Jean-Claude

    Waaow…wat een details. Dik bedankt. Ik probeer kort te antwoorden (moeilijk hé, als je zo gepassioneerd bent)
    – leuk om weten vanwaar de benaming Pagari komt.
    – betreft dag 3: ik denk dat wij niet dezelfde Italiaanse kaart hebben. Ik heb hier de Carta dei Sentieri e Dei Rifugi nr 114, Limone Piemonte – Valle delle Meraviglie. Op deze kaart kan men uw uitleg tot in detail volgen. Ook de scherpe bocht naar rechts en het pietluttig paadje zuidwaarts richting Mont Clapier. Ongelooflijk…herrinert u zich dit allemaal zo in detail? De routes eindigen ook niet aan de grens, maar lopen gewoon door aan de Franse Mercantourzijde. Groot nadeel van mijn kaart is de occasionele afwezigheid van de hoogtelijnen op geaccidenteerd terrein.
    – Ik kijk eigenlijk wel uit naar uw beschrijvingen van de tocht van 2015 want vanaf de Collet de la Charnassère dacht ik aan een andere route die op de IGN-kaarten iets of wat overeenkomt met de aangeduide skiroute. We trachten onderaan de steile rotsen van de Westelijke Charnassère te volgen ipv te vervolgen richting Pas de la Fous en blijven ten oosten van het grootste van Lac Gelé 2588m (=Lac des Conques?) Dit pad komt uit op de noordzijde van het Lac Vert. Paal 97 en de dam van het Lac Noir passeren we dan pas de 4de dag op weg naar de baisse de Valmasque.
    Als niemand me uitsluitsel kan geven over deze route zal ik het voor alle zekerheid vragen aan de huttenwirt van Pagari of van Valmasque. Uw route lijkt me op kaart langer én technisch moeilijker. Hou je op de hoogte.
    In elk geval zullen we, zoals je benadrukte, vroeg vertrekken.
    -Van gps-dinges heb ik de ballen verstand, misschien dat mijn kinderen de gelopen route op hun smartphone kunnen registreren om hier dan te plaatsen.
    Bedankt. Ik hou je website in de gaten. Gr Jean-Cl.

  5. Nico Callens Bericht auteur

    Jean-Claude,

    Ook mijn dank voor de appreciatie, maar de ambities liggen nog hoog zodat er nog veel werk aan is. Maar het feit dat deze site geraadpleegd wordt en gestimuleerd wordt, is een hart onder de riem om er verder de schouders onder te zetten. Zeker de trektocht van 2015 dient nog verder te worden afgewerkt terwijl de tekst in de blog met het verslag van 2016 verder nog een plaatsje verdient bij de sectie over de tochtverslagen.

    Maar bovenal dient de sectie met de overnachtingsmogelijkheden verder te worden uitgewerkt. Zo is er nog altijd geen tekst over de Refuge des Merveilles, niet te verwarren met de Relais de Merveilles, waar jullie de eerste dag zullen doorbrengen. Wat ook een hulp kan zijn, zijn mijn op digitale uitgetekende trajecten op http://www.gpsies.com. Het stuk tussen Refuge de Nice en Pagari is alvast HIER te vinden, maar tot mijn verwondering is het traject van de Pagari naar de Valmasque via Pas de l’Agnel nog niet uitgetekend. Ook hier dien ik dringend eens werk van te maken.

    Nu, die Relais de Merveilles is voor ons niet direct en optie omdat wij steeds beroep doen op het openbaar vervoer. Maar deze overnachtingsmogelijkheid wil ik heel zeker ook opnemen, net zoals trouwens ook nog de Gîte Neige et Merveilles nabij Lac des Meches. In die zijn kijk ik uit naar jullie relaas over zowel overnachtingsmogelijkheden als van de tocht zelf. Deze blijven altijd welkom.

    Ook het traject vanuit de Relais de Merveilles naar de Refuge de Nice is mij niet concreet bekend, al kan ik er mij iets concreet bij voorstellen, zeker omdat het laatste stukje (vlakbij de Refuge de Nice) ook dient te worden afgelegd om via de Pas du Mont Colomb naar de Refuge de Madonne de Fenestre te stappen. Bij een eerste blikt komt het over als een rustige en gezapige klim. Lijkt mij ook ideaal als instapwandeling die wat lijkt op de klim van Lac des Mesches naar Refuges des Merveilles of van Castérino naar Refuges de Valmasque (bij deze laatste dan wel de laatste steile km buiten beschouwing gelaten).

    Jouw tweede en derde dag maakten wij in september 2015 maar de verslagen daarvan zijn nog niet gepubliceerd op de site. Daar moet ik dan maar eens dringend werk van maken. Jouw reactie geeft alvast daarvoor de ideale voorzet. Op mijn communiezieltje beloof ik daar de een van eerste weken werk van te maken zodat jullie daar ook nog iets aan hebben.

    De tweede dag van Refuge de Nice naar Rifugio Pagari is inderdaad staat inderdaad niet echt als pad aangeduid op de Franse kaarten. Wanneer men goed kijkt, vindt men op de kaart inderdaad flarden van een pad terug, maar ook ontbrekende delen.

    Maar al loopt het pad steil naar boven, toch is er te velde wel degelijk een gemakkelijk te volgen pad, dat hier en daar weliswaar is onderbroken door rotspuin. Maar eenmaal de, niet aangeduide, startplaats gevonden (die de uitbater van de Refuge de Nice vlot zal aanwijzen), wijst tot aan de Pas de Pagari eigenlijk alles zichzelf uit. Op het kleine gedeelte van de nieuwe Italiaanse kaarten staat (terecht) het pad wèl aangeduid. maar eenmaal de Pas de Pagari voorbij is het toch wel ruig terrein dat, alvast toen wij daar in 2015 waren, niet officieel was gebaliseerd. Gelukkig zijn er in de zomer de dagdagelijkse inspanningen van de uitbater van de Rigugio Pagari om het pad met rode bollen te baliseren en het pad zo goed als mogelijk begaanbaar te maken. Maar in 2015 is de (proviale) Italiaanse overheid begonnen met op een ernstige manier de Italiaanse paden te baliseren en bewegwijzeren zodat het niet uitgesloten is dat ze ook hier het werk van de uitbater van de Pagari verlichten en/of overnemen.

    Gelieve ook aan de stippen dat men zich aan Franse zijde op de zonnige en warme zuidflank bevindt terwijl men aan Italiaanse zijde op de soms flink frissere noordflank. Zeker bij een flinke bries/tocht kan het temperatuurverschil in de late namiddag flink groot zijn. Warme truien en jassen bij voorkeur dan ook liefst niet te diep in de rugzak steken.

    Belangrijk om aan te stippen is, dat men bij vertrek in de Refuge de Nice (wij vertrokken in Madonne de Fenestre) ruimschoots de tijd heeft, om het trjact naar de Rifugio Pagari af te leggen. Na een lange pauze bij een heerlijk zonnetje in de Refuge de Nice, vertrokken we daar pas omstreeks 14.15 uur om reeds omstreeks 18.45 uur in de Rifugio Pagaro aan te komen, waarbij we onderweg ruimschoots onze tijd namen voor fotoshoots. Zich haasten om tijdig ter bestemming te geraken, is hier absoluut nièt nodig.

    Bedenk verder dat men gedurende zowel de eerste als de tweede dag een van de trajecten van de voormalige zoutroute heeft gevolg. De situering van de berghut als de naam van zowel de pas als de berghut heeft dan ook enige historische betekenis. “Pagari” blijkt namelijk een verbastering te zijn van het Italiaanse werkwoord pagare wat verwijst naar de tolgelden die men eiste van de konvooien van met zoutzakken beladen muilezels.

    De derde dag moet een echt hoogtepunt worden, met prachtig panorama’s maar besef wel dat ook deze wandeling niet voor de poes is. Tijdig uit de Rifugio Pagari vertrekken is de boodschap. De uitbater van de Rifugio (diezelfde die al die moeite doet om de paden te baliseren en onderhouden). toonde ons het traject op kaart en maakte voor ons ook een schets van het traject en vermeldde daarbij een tijdsduur van 5 uur terwijl wij er wel degelijk 8 uren over deden terwijl het technisch en fysiek zwaar parcours is. Maar zoals gezegd: zeker de moeite.

    Voor het eerste deel van het traject, tot aan Pas de l’Agnel, wil ik verwijzen naar de tochtbeschrijving van september 2016 op de blog van deze site (dit in afwachting van verdere verwerking in de website). Daarbij zijn twee zaken aan te stippen:

    1) In eerste instantie dient men het brede pad te volgen dat naar de vallei leidt, maar dat men dit pad dient te verlaten waar het na enig zigzaggen scherp links afdraait om daarna gedurende een 200 m pal rechtdoor te lopen. Voor de Lago Bianco dell’Agnel en de Pas de l’Agnel dient men echter scherp naar rechts een eerder pietluttig paadje in. Er staat een bord met wegwijzers, maar door de daar soms hevige winden, was en is men genoodzaakt om dit bord tegen de grond te plaatsen omdat het anders omver zou waaien.

    2) De uitbater van de Pagari zal (terecht) met klem benadrukken dat men bij het oversteken van “the river” (waaronder te verstaan een pietluttig beekje) met het pietluttig pad steil naar beneden dient te volgen. Er is ook een al even pietluttig pad steil naar boven, maar dat loopt naar de Mont Clapier. Wanneer men dit paadje naar boven volgt, dan werkt men zich in de rats. Hier dus even opletten.

    Tot aan Lago Bianco dell Agnel is het fyskek niet erg zwaar maar vanaf het meer begint het klimwerk naar de Pas de l’Agnel. Een te overwinnen hoogteverschil van 260 meter tussen rotspuin door. Maar vanaf zijn hut tot hier liever de de waard van de berghut eveneens puik werk door ook hier de route aan te duiden met rode bollen.

    Aan de Pas de l’Agnel, op de grens tussen Frankrijk en Italië kan men genieten van een prachtig uitzicht op o.m. Lac de l’Agnel. Tussen het rotspuin door moet men even naar links om zich daarna naar beneden een weg te zoeken zodat men beneden aan het meer een pad kan volgen tussen het grote en kleine meer door (op de nieuwe Italiaanse kaarten staat dit als één meer getekend, op de Franse kaart als twee meertjes; afhankelijk van o.m. het smeltwater kan het paadje tussen het grote en het kleine meer overstromen en moet men zich een weg zoeken langs het kleine meer). Op Pas de l’Agnel mag men wegens, naar verluidt, veel te gevaarlijk de rots naar rechts NIET volgen. Eerst steil afdalen naar het meer en daarna opnieuw steil naar boven naar de Collet de Charnassère is ondanks de fysieke inspanning die dit vergt, wel degelijk een noodzaak.

    Het pad vanaf het meer naar de Collet was tot voor enige tijd ook gebaliseerd door de waard van de Pagari, maar naar verluidt derden (we hebben hem daar zelf nog niet kunnen over interpelleren) is hij daarbij in conflict gekomen met de beheerders van het Franse natuurpark die het aantal wandelroutes tot een strikt minimum willen beperken en het gebruik van de andere paden dan die op kaart met rode lijn aangeduid, willen ontmoedigen.

    Het is dus geenszins zo dat de uitbaters van de refuges mekaar niet zouden kunnen luchten. Ik zou zelfs durven stellen dat ondanks de beperkte communicatie tussen de enerzijds Franse hutten (onderling met radioverbinding) en anderzijds de Italiaanse hutten (onderling met vaste telefoon) de onderlinge verstandhouding tussen deze berghutten goed is.

    Wel speelt op het vlak van de gezagsdragers aan beide zijden van de grens, toch enig stevig chauvinisme een rol. Dat mochten we bv. ook merken in de omgeving van de Col de Fenestre, waarbij over de grens heen een breed pad loopt (destijds nog deel uitmakend van een van een ander traject van de Zoutroute) maar waarbij de Fransen hun pad aanduiden tot aan de Col en trekkers in het ongewisse laten over het traject aan de overkant, terwijl de Italianen net hetzelfde doen.

    Maar terug nu naar de klim van Lac de l’Agnel naar de Collet de Charnassère, die niet moet onderdoen voor de eerder gemaakte klim van Lago Bianco naar Pas de l’Agnel.

    Vanaf de Collet de Charnassère is het dan weer enigszins dalen tot aan de kleine meertjes “Lac des Conques”. Vanaf daar is er wat milder rotspuin om daarna (ter hoogte van de Pas de la Fous) beroep te kunnen doen op een beter zichtbaar pad naar beneden, naar de Lacs Vert en Noir. Tussen beide meren, beneden aan de stuwdam, de Valmasque oversteken om daarna via een breed pad langs de Lac Vert naar de Refuge de Valmasque te stappen.

    Hier één opmerking: ter hoogte van merkpunt 97 even uit de doppen kijken want de korste (en avontuurlijkste) weg loopt achter het bord door en noch informatie van het bord noch het pad erachter is duidelijk zichtbaar. Vergist men zich en volgt men verder de brede weg, dan zijn er geen potten gebroken, maar dan moet men eerst enigszins naar beneden om daarna flink te klimmen. Enige omweg, maar men komt ter bestemming.

    Dag vier moet opnieuw een ontspannen makkie worden waarvoor men tijd te over heeft. Dus meer dan voldoende tijd om de rotsgravures te bekijken, zelfs wanneer men pas na negen de berghut verlaat.

    De Baisse de Valmasque is in vergelijking met de bergen die men de dag voordien heeft verzet niet om over naar huis te schrijven, althans niet wat het fysieke aspect betreft want op de Baisse heeft men aan weerszijden een prachtig uitzicht. Ook kan men hier ruim de tijd nemen voor de pick-nick.

    En wanneer men dan toch nog te vroeg in de Refuge des Merveilles aankomt , is er in de omgeving van de refuge nog wel een en ander te verkennen. Wij waren bv. reeds omstreeks 16 uur in de refuge en gingen daarna zonder rugzak nog even op en af naar de Pas de Diable.

    Over de route van de vijfde dag weet ik echter niets te vertellen wegens voor mij onbekend terrein en ook nog niet verder op kaart bekeken. Maar het belooft een perfect afsluitertje te worden.

    Deze reactie is ondertussen zo reeds flink lan geworden, maar ik hoop dat ondanks de degelijke voorbereinding die je reeds hebt gemaakt, de info toch nuttig was;
    Verder hoop ik deze info eerstdaags nog aan te vullen met wat foto’s.

  6. Gabriël Jean-Claude

    Beste Nico, ook van mij een dikke chapeau voor jouw hoogst interessante site. Het moet lukken dat ook ik in de Mercantour met mijn familie met 3 kinderen (9,16 en 19jr) een vijfdaagse huttentocht ga ondernemen in 2017. Onze route stond na het verzamelen van allerlei info al eventjes vast toen ik op uw site botste maar uw ervaringen hebben me gesterkt in de overtuiging dat we kozen voor een, voor onze capaciteiten, haalbare trekking. Ook door anderen is het traject tussen rifugio Sorio Elena tot Pagari met kinderen me afgeraden, alsook de Pas de la Fous.

    De vooropgestelde route: een circulaire huttentocht met als uitvalsbasis en eindpunt Relais des Merveilles nabij Belvédère (D171) – dortoirs ter beschikking.
    – een instapwandeling na de lange rit, waarschijnlijk een circulaire dagtocht nabij Lacs de Prals
    – dag1: rustig aan van de Relais tot refuge de Nice. Geen enkele moeilijkheid.
    – dag2: refuge de Nice tot refuge de Pagari. Vermits we de eerste 14 dagen van juli reizen moeten we rekening houden met hier en daar wat beperkte sneeuwvelden zoals op de Pas de Pagari. Op de IGN-kaart staat er geen pad aangeduid. Op de Italiaanse kaarten wel. Dus ook zonder eventuele markeringen (blijkbaar zit er een haar in de boter tussen beide refuges) zie ik geen navigatieprobleem.
    -dag3: van ref de Pagari naar ref de Valmasque via de Colle dell’ Agnel en de Collet de la Charmassère. EE. Dit tracé lijkt me voor ons gezin fysisch en technisch het hoogst haalbare.
    -dag4: Van refuge de Valmasque via baisse de Valmasque tot refuge des Merveilles. We nemen uitgebreid de tijd voor de rotstekeningen.
    -dag5: van refuge des Merveilles tot ons verblijf Relais des Merveilles. Gezien de te overbruggen hoogtemeters (ruim 1000m afdalen) niet te onderschatten. Over de te nemen route beslissen we ter plaatse, afhankelijk van de fysieke paraatheid, de météo (de plotse, krachtige zuiderwinden kunnen hier lelijk huishouden) en de raad van de huttenwirt. Ofwel via het goed aangeduide tracé via de Col de l’Arpette richting Pont de Countet, ofwel via het naar verluidt indrukwekkend tracé via de voet van Cime du Diable, Pas du Trem en de woeste vallei van Verrairiers. Vanaf Pas de Trem lekker totaal geen aanduiding meer, blokkenterrein, geen duidelijk pad… volgens de gidsenorganisatie van de Mercantour toch technisch niet zwaar. Ideaal om de 2 oudsten eens hun navigatieskills te testen lijkt me. Voordeel van de 2de optie is dat het pad perfect uitkomt op ons verblijf.

    Mijn grootste schrik is dat we niet wat later op het seizoen konden gaan. Malse sneeuwvelden zijn in principe geen probleem om te tonen hoe we die veilig kunnen overbruggen, maar zodra we grotere verharde sneeuwvelden moeten doorkruisen op een helling ga ik het risico niet nemen.

    Ook de 2 jongsten hebben al flink wat ervaring met flinke dagtochten in het gebergte, maar het is de eerste keer dat we met z’n allen 5 dagen wagen en wifi achterlaten. Ach.. ik ben razend benieuwd.

    Extra tips of commentaar altijd welkom.
    Jc

  7. Nico Callens Bericht auteur

    Vooreerst van harte bedankt voor de appreciatie van deze website. Graag wil ik dan ook op jullie vragen antwoorden.

    De reden waarom ik dit traject afraad voor mensen met weinig ervaring in trektochten als dusdanig als met weinig ervaring in navigeren, is omdat dit een traject is dat mits zeer goed speuren op stafkaart terug te vinden is maar dat te velde niet is voorzien steepjesmarkeringen (balisages) noch van wegwijzers. Daarbij dient men ook te beseffen dat de Pas de la Fous zich op 2828 m hoogte bevindt, wat misschien niet zoveel lijkt maar wat ter plaatse een van de hoogste bergpassen is waarbij ook ruige puinpartijen moeten in rekening te worden gebracht.

    Goed kunnen navigeren is dan zeker een must terwijl er moet worden gehoopt op helder weer want bij mist is het al helemaal niet te doen (zelfs streepjesmarkeringen bij mist terug te vinden, is er verre van eenvoudig terwijl het ook niet uit te sluiten is dat er gladde sneeuwparijten moeten worden gedwarst. M.a.w. een wandelgps is hier geen overbodige luxe, maar dan moet men wel beroep kunnen doen op de tracés die zijn opgeladen door mensen die de passage zelf reeds hebben gemaakt. Zelf een tracé opladen aan de hand van een tracé dat men zelf op digitale kaart heeft uitgetekend (bv. via http://www.gpsies.com) is daarbij zeker af te raden want dit berust dan op zuiver giswerk en men dan niet zeker is dat men het door de gps meegegeven tracé effectief zal kunnen volgen.

    Ik begrijp trouwens niet waarom men nu plots verschillende mensen via de Pas de la Fous willen wandelen, zeker wanneer men weinig ervaren is, zeker omdat er wel degelijk een uitstekend en evenzeer avontuurlijk alternatief is via de voet van de Baisse de la Valmasque. Vanaf de Refuge de Nice tot aan de voet van de Baisse de Valmasque via de Lac Nire en de Baisse du Basto kan men daarbij de rood/witte streepjes van de GR52 volgen terwijl van de voet van de Baisse de la Valmasque naar de Refuge de la Valmasque het een zeer goed te bewandelen pad is dat met gele streepjes is gemarkeerd.

    Hierna een scan van een partitie van de stafkaart:

    http://mercantour-trekking.duurzaam-mobiel.be/wp-content/uploads/2017/01/Stafkaart-Vesubie001.jpg

    Bij het inscannen van deze kaart, en daarbij sterk inzoomend, opgemerkt dat het pad via de Pas de la Fous wel degelijk getraceerd is op kaart, wat mij toeliet om het traject in geel aan te stippen. Waarmee echter nog niets verteld over de staat van de paden.

    In roze is het traject van de aanbevolen route via de Baisse de Basto (grotendeels traject van de GR52) aangeduid. En verder in groen gewoon ter info ook nog het traject van de Refuge de Nice naar de Rifugio Pagari via de Pas de Pagari aangeduid.

    Anderzijds mag men zeker niet denken dat de paden die wèl zijn gemarkeerd, salonwandelingetjes zouden zijn. Het tegendeel is waar. Men zal zo reeds ook wat ruw terrein onder de voeten geschoven krijgen.

    Ik hoop dat dit antwoord voldoet. Ben trouwens steeds bereid om op verdere vragen te antwoorden.

  8. Bieke Casteleyn

    Beste Nico,

    Wij, mijn vrouw en ikzelf, zijn van plan om deze zomer een 5-daagde huttentocht te doen in de Mercantour. Op de 4de dag gaan wij van refuge de Nice naar refuge de Valmasque over pas de fous. Ik heb op jouw website reeds gelezen dat dit niet aan te raden is? Wij hebben reeds eenmaal een huttentocht gedaan in Wallis, maar hebben weinig ervaring wat navigeren betreft. Ik bereid wel steeds alles goed voor. Mijn vragen: waarom pas de fous vermijden? Heb je een alternatief? Is een wandelgps een must? Indien ja, wat kun je mij aanraden? Leuke website dat je gemaakt hebt, het is steeds fijn om ervaringen van anderen te lezen.
    Ik kijk alvast uit naar jouw antwoord.
    Groetjes

  9. Nico Callens Bericht auteur

    Het is steeds moeilijk om advies te geven over wat haalbaar is en wat niet vooral omdat ik niet helemaal begrijp wat zo afschrikt aan de Pas du Mont Colomb en aan de Baisse de Basto.

    Het gemakkelijkst te beantwoorden is de vraag naar de route van de Refuge de Nice naar de Refuge de la Valmasque via de Pas de la Fous: NIET DOEN. Het is een route die nièt is voorzien van merktekens maar die over zéér ruig terrein loopt. Goed kunnen navigeren en behoorlijk wat ervaring is hier een noodzaak en één week wandelervaring in de Dolomieten is daarbij een te beperkte referentie.

    Rest er nog de vraag naar de Pas du Mont Colomb en de Baisse de Basto. De Pas du Mont Colomb deden we in de beide richtingen en in de richting van de Refuge de la Madonne de Fenestre herinner ik mij dat het een lange steile klim is. In de andere richting geldt natuurlijk het omgekeerde maar toch kan ik mij toch niet herinneren dat dit gevaarlijk overkwam. Voor de kinderen is het wel heel erg bepalend hoe gedisciplineerd dan wel hoe roekeloos ze al dan niet zijn want dit is geen terrein om macho- of haantjesgedrag te gaan vertonen.

    Om een idee te hebben van het terrein is het toch best om eens de foto’s te bekijken van dag 3 van september 2014.

    Maar die Pas du Mont Colomb ligt op de route van de GR 52 die toch wel vrij druk bewandeld wordt, waarmee ik wil zeggen dat jullie niet de eersten en enigen zullen zijn die daar voorbij komen. Wel waarschuwt de GR-TopoGids om goed de merktekens te volgen en het gemarkeerde pad niet te verlaten. Wanneer men die raad volgt, zie ik niet direct een probleem zeker ook omdat men helemaal niet hoeft gehaast te zijn: voor het traject van de Refuge de la Madonne de Fenestre naar de Refuge de Nice, heeft men alle tijd om het rustig en voorzichtigaan te doen.

    Zelf stapten wij nog niet van de Refuge de Nice via de Baisse de Basto naar de voet van de Baisse de la Valmasque, wel omgekeerd maar deze Baisse de Basto lijkt me toch minder uitgesproken steil dan de Pas du Mont Colomb.

    Ook dit traject is gemarkeerd met de rood/witte GR-streepjes terwijl ook de GR-TopoGids hier geen specifieke waarschuwingen geeft wat betreft voor wat betreft de afdaling. Wel waarschuwt deze TopoGids dat tussen Le Lac Nire en de Baisse de Basto er ook in volle zomer nog sneeuwrestanten kunnen zijn (die hadden we trouwens ook in september 2014) waardoor de wegmarkeringen kunnen zijn ondergesneeuwd, wat het terugvinden van het pad ferm kan bemoeilijken terwijl er ook kans is op uitglijden in de sneeuw. Wandelstokken zijn hier heel zeker geen overbodige luxe.

    Vanaf de voet van de Baisse de Basto naar de Refuge de la Valmasque is een makkie: mooi maar tegelijk zeer ontspannend langs drie grote meren. Een traject die we bijna als “salonwandeling” zouden durven definiëren.

    Probleem is dat het moeilijk is om de opgedane ervaring en de moeilijkheidsgraad van jullie eerste (en tot dusver enige) ervaring in de Dolomieten in te schatten wat met uitzondering van het laatste stuk is deze tocht géén salonwandeling. Feit is jullie ervaring zeer beperkt is en er hier en daar toch wel ruige stukken rotsachtig terrein zonder ook maar enig groen, tussen zitten. De paden zijn mooi gemarkeerd maar niet direct paden waar je met je ogen toe over stapt. Ook fijne hakken zijn hier geen goed idee.

  10. Jos Kooter

    Wij zijn van plan de 5-daagse tocht door de Mercantour te maken (gelezen in ‘op pad’), maar schrikken nog wat terug door verhalen over die Pas de Colomb (vanuit de hut Madonna richting refuge de Nice), en ook de Baisse de Basto. We zien mn op tegen loodrechte afdalingen of een ravijn naast een pad.

    We zijn met kinderen van 10/15/17 jaar, met 1 week wandelervaring (Dolomieten). Is dit een risicovolle tocht?
    En weet u iets van de binnendoorvariant van refuge de Nice naar de refuge de Valmasque (via Pas de la Fous)? Is die goed te doen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.